De Grondwet

De Grondwet, wat is
 dat eigenlijk?

De Grondwet is de basiswet van Nederland. Hier zijn alle andere wetten van afgeleid. In de grondwet staan ook grondrechten. Maar hoe is die grondwet gemaakt?

Grondwet

De Grondwet is de basiswet van Nederland. Hier zijn alle andere wetten van afgeleid. In de Grondwet staan de belangrijkste regels voor het bestuur van ons land. Bijvoorbeeld dat het volk invloed heeft op het bestuur en dat de wetten pas gelden als de volksvertegenwoordiging hiermee ingestemd heeft. Omdat de Grondwet zo’n belangrijke wet is, kun je de Grondwet niet zomaar veranderen. De Eerste en de Tweede Kamer moeten allebei twee keer stemmen voordat de Grondwet veranderd kan worden. Tussen de eerste en de tweede ronde zijn er verkiezingen. In de tweede ronde is een gewone meerderheid niet genoeg: twee derde van de Kamerleden moet dan voor de wijziging stemmen.

De Grondwet

Grondrechten

In de Grondwet staat ook wat de grondrechten zijn van de Nederlandse burgers.
Bijvoorbeeld artikel 1 van de Grondwet: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’

Grondwet van Thorbecke

In 1840 kwam koning Willem II aan de macht. De mensen wilden in die tijd dat het volk mee mocht beslissen. Een Tweede Kamerlid, Thorbecke, vond ook dat de koning te veel macht had. Hij stelde voor om de Grondwet flink te veranderen. De koning wilde er eerst niets van weten. Maar hij merkte dat veel mensen in het land de Grondwet wilden veranderen. In andere landen braken er zelfs opstanden uit, omdat mensen het niet langer pikten. De koning koos toen eieren voor zijn geld. Hij liet Thorbecke een nieuwe grondwet schrijven.

In deze Grondwet van 1848 stonden een paar belangrijke veranderingen: 

  • De leden van de Tweede Kamer werden niet meer indirect gekozen door de Provinciale Staten, maar rechtstreeks door het volk. 
  • De Eerste Kamer werd niet langer door de koning benoemd. Voortaan werden de leden indirect gekozen, door de Provinciale Staten
  • De Tweede Kamer kreeg het recht van amendement, het recht van interpellatie en het recht van enquête. 
De Grondwet van 1848

Ook daarna is de Grondwet veranderd.
Een paar voorbeelden van veranderingen van de Grondwet 

  • 1887: uitbreiding van het aantal leden van de Tweede Kamer van 86 naar 100 en bij de Eerste Kamer van 39 naar 50 leden 
  • 1917: invoering mannenkiesrecht. Alle mannen van 23 jaar en ouder mogen stemmen voor de Eerste en Tweede Kamer. Vrouwen mogen zich verkiesbaar stellen. 
  • 1922: invoering van de evenredige vertegenwoordiging bij de verkiezing van de Eerste Kamer 
  • 1922: vastlegging van actief (en daarmee algemeen) kiesrecht voor vrouwen 
  • 1956: uitbreiding van het aantal leden van de Tweede Kamer van 100 naar 150 leden en bij de Eerste Kamer van 50 naar 75. 
  • 1963: verlaging van de minimumleeftijd om Kamerlid te worden van 30 jaar naar 25 jaar 
  • 1963: verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd van 23 naar 21 jaar 
  • 1972: verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd van 21 naar 18 jaar 
  • 1983: nieuwe grondrechten toegevoegd, zoals bescherming tegen discriminatie (Artikel 1) 
  • 1983: de Eerste Kamer wordt voortaan voor 4 jaar gekozen in plaats van voor 6 jaar 

Lees meer over de geschiedenis van de democratie.